Menu Sluiten

Luidsprekers

De luidsprekers bepalen voor een groot deel hoe je feest, optreden of presentatie klinkt. Toch is de keuze verwarrend: actief of passief, 12 of 15 inch, watt of decibel? Op deze pagina leggen we in gewone taal uit wat je moet weten voordat je luidsprekers koopt of huurt, hoe je ze aansluit en waar je op let in de praktijk.

banner-bax-geluid

Bax Music | De specialist in Geluid & PA

Actief of passief?

De eerste keuze is of je een actieve of een passieve luidspreker wilt.

  • Actieve luidspreker: de versterker zit in de kast. Je sluit alleen een signaalkabel (van je mengpaneel of laptop) en een stroomkabel aan. Vaak zitten ook de limiter (een beveiliging tegen te harde pieken) en een processor met instellingen voor de klank al in de kast.
  • Passieve luidspreker: er zit geen versterker in. Je hebt een aparte versterker nodig, die met een speciale luidsprekerkabel wordt verbonden. Versterker en luidspreker moeten bij elkaar passen (zie impedantie).

Voor beginners is een actieve luidspreker bijna altijd de makkelijkste keuze. Passief kom je vooral tegen bij bestaande installaties, bij grotere systemen en bij mensen die zelf een geluidsinstallatie samenstellen.

Voordelen van actieve luidsprekers

  • Je hebt geen apart versterkerrack nodig; dat scheelt vervoer, ruimte en kabels.
  • Versterker, luidspreker en beveiliging zijn door de fabrikant op elkaar afgestemd. Je kunt dus niet zomaar de verkeerde combinatie kiezen.
  • Elke kast heeft een eigen versterker. Valt er een uit, dan werkt de rest meestal gewoon door.
  • Moderne actieve luidsprekers hebben vaak ingebouwde klankinstellingen (DSP) en soms een kleine mixer of Bluetooth.

Nadelen van actieve luidsprekers

  • Je hebt bij elke kast stroom nodig, naast de signaalkabel.
  • Gaat de elektronica kapot, dan is de hele kast buiten gebruik. Een passieve kast kun je soms met een andere versterker nog wel gebruiken.
  • De volumeknoppen zitten meestal achterop de kast. Zet ze dus vooraf goed en let op dat niemand er onbedoeld aan draait.
  • Actieve kasten zijn vaak iets zwaarder dan passieve van dezelfde maat, al valt dat door lichte versterkers (class D) tegenwoordig meestal mee.

Topkast, fullrange of subwoofer? En welke maat?

Luidsprekers worden meestal aangeduid met de doorsnede van de grootste speaker (de conus): 10, 12, 15 of 18 inch. Een vuistregel: hoe groter de speaker, hoe meer lage tonen (bas) hij kan maken, maar hoe lastiger het is om ook de hoge tonen netjes weer te geven. Daarom bestaan er verschillende soorten kasten:

  • Fullrange luidspreker: één kast die (bijna) het hele klankbereik weergeeft, van bas tot hoge tonen. Handig voor spraak, achtergrondmuziek en kleine feesten. Echt diepe, voelbare bas moet je er niet van verwachten.
  • Topkast: een kast voor de midden- en hoge tonen (zang, spraak, instrumenten, de scherpte van drums). Wordt gecombineerd met een subwoofer. Topkasten van 10 en 12 inch zijn gebruikelijk, maar ook 15 inch toppen met een aparte hoogtonenunit zijn heel normaal.
  • Subwoofer (sub): een kast alleen voor de laagste tonen. Subs zijn meestal 15 of 18 inch (er bestaan ook 12 en 21 inch). Een sub neemt het basgedeelte over, waardoor de toppen minder hard hoeven te werken en schoner klinken.

Welke set past bij wie?

  • Twee fullrange luidsprekers op statieven: voor spraak, achtergrondmuziek en kleine feesten. Twee 15 inch kasten zijn een goede allrounder als je maar één set wilt kopen: ze doen alles redelijk, maar zijn niet zo scherp als een goede 12 inch top en maken minder bas dan een echte sub.
  • Sub-top set: één of twee subwoofers plus twee topkasten. Dit is de beste keuze voor dansmuziek en grotere feesten, omdat je bas en middentonen elk door de juiste kast laat doen.
  • Grotere systemen: meer subs en toppen, of een line array (zie verderop).

Begin je klein en groeit je klus, dan kun je later subwoofers toevoegen aan een bestaande set. Let wel op of de nieuwe kasten bij je oude passen (dezelfde aansluitingen, bij actieve kasten een aparte uitgang voor de tops).

Watt, decibel en SPL: wat zegt wat?

  • Watt (W) geeft aan hoeveel vermogen een versterker levert of een luidspreker aankan.
  • Decibel (dB) geeft aan hoe hard het geluid is. De geluidsdruk heet in het Engels Sound Pressure Level, afgekort SPL. Bij luidsprekers staat vaak de maximale SPL op een meetafstand van 1 meter.

Voor de vraag “hoe hard gaat hij?” is de maximale SPL meestal een betere maatstaf dan het wattage. Een efficiënte luidspreker van 300 watt kan namelijk harder gaan dan een minder efficiënte van 600 watt.

Let op de wattage-aanduidingen

Fabrikanten noemen soms drie getallen: RMS of continu (wat de speaker langdurig aankan), programma en piek. De piekwaarde is een mooi groot getal, maar zegt het minst. Vergelijk luidsprekers daarom op RMS, of op de maximale SPL.

Handige vuistregels over geluid

  • Twee keer zoveel vermogen geeft ongeveer 3 dB meer. Dat is een kleine, net hoorbare stap.
  • Pas bij ongeveer 10 dB meer klinkt iets als twee keer zo hard.
  • Elke keer dat je de afstand tot de luidspreker verdubbelt, verlies je buiten ongeveer 6 dB. Mensen achterin staan dus een stuk zachter dan mensen vooraan.

Meer uitleg over geluidsdruk en vermogen vind je op de pagina dB, SPL en Wat(t)?!.

Bescherm je gehoor (en dat van je gasten)

Langdurig luisteren op meer dan ongeveer 80 à 85 dB(A) kan je gehoor beschadigen. Oordoppen zijn voor wie vaak optreedt of draait geen overbodige luxe. Gemeenten en locaties stellen bovendien vaak een maximum aan het geluidsniveau van evenementen (veelal rond de 100 dB(A), gemeten als gemiddelde over een kwartier). Vraag dit altijd na bij je gemeente of de zaal.

Impedantie en de juiste versterker

Bij passieve luidsprekers moet de versterker passen bij de luidspreker. Daar spelen twee dingen een rol: vermogen en impedantie.

  • Impedantie (in ohm, Ω) is de “weerstand” die de luidspreker voor de versterker vormt. Veelvoorkomende waarden zijn 8 en 4 Ω. Sluit je twee luidsprekers van 8 Ω naast elkaar (parallel) op één uitgang aan, dan krijgt de versterker 4 Ω te zien. Kijk altijd in de handleiding hoe laag de versterker mag gaan; te lage impedantie kan de versterker oververhitten.
  • Vermogen: de versterker levert een ander vermogen per impedantie. Vergelijk dus het vermogen van de versterker op de impedantie van jouw luidspreker met het RMS-vermogen van de luidspreker.

Een veelgebruikte vuistregel is dat de versterker ongeveer 1 tot 2 keer het RMS-vermogen van de luidspreker mag leveren. Een krachtige versterker is niet het probleem; het gevaarlijke is een versterker die overstuurd raakt en gaat vervormen (“clippen”), want dat kan luidsprekers beschadigen. Volg daarom altijd de aanbeveling van de fabrikant en let op dat het lampje voor overbelasting niet continu brandt. Lees meer op de pagina Versterkers.

Hoeveel mensen kun je aan?

Dat is niet precies te zeggen, want het hangt af van de zaal (groot, laag, veel echo), het soort muziek (een houseparty heeft meer nodig dan een bruiloftsdiner), of het binnen of buiten is en de kwaliteit van de set. Als heel ruwe richtlijn wordt vaak 10 watt RMS per persoon genoemd. Dat betekent:

  • ongeveer 50 gasten met twee fullrange kasten van samen 500 watt RMS;
  • ongeveer 200 gasten met een sub-top set van samen 2000 watt RMS.

Gebruik deze getallen alleen als eerste indicatie. Een efficiënte set kan meer aan dan het wattage doet vermoeden, en buiten of in een grote hal heb je juist meer nodig. Twijfel je? Huur dan eerst een set en probeer hem tijdens een echt feest.

Line array en zuilspeakers in het kort

Een line array: meerdere luidsprekers boven elkaar opgehangen in een theaterzaal
Een line array in een theater: de kasten hangen onder een lichte boog onder elkaar.

Bij grote podia en zalen zie je luidsprekers vaak als lange kolom onder elkaar hangen. Dat heet een line array. Door de kasten boven elkaar te hangen en onder een kleine hoek te richten, verdeelt het geluid zich gelijkmatiger en bereikt het ook de achterste rijen zonder dat het vooraan oorverdovend is. Voor een beginner is dit meestal niet nodig, maar het helpt om te begrijpen waarom grote systemen er zo uitzien. Alles hierover lees je bij Line array uitgelegd.

Voor kleinere optredens zijn er zuilspeakers (compacte kolommen met een kleine sub): ze zijn licht, snel opgebouwd en bereiken een groot deel van de zaal gelijkmatig. Handig voor een band in een café of een spreker, minder voor een dansfeest met veel bas.

Aansluitingen en kabels

Passieve luidsprekers: speakON

Speakon aansluiting op een passieve luidspreker
Twee speakON-aansluitingen op een passieve luidspreker.

Professionele passieve luidsprekers hebben meestal speakON-aansluitingen. Dat zijn stevige connectoren die je vastdraait, zodat ze niet per ongeluk loskomen. Veel luidsprekers hebben er twee: één voor het inkomende signaal van de versterker en één om het signaal door te lussen naar de volgende kast. Zo heb je maar één lange kabel van de versterker nodig en daarna korte kabeltjes tussen de kasten. Goedkopere luidsprekers hebben soms een gewone jack-plug of schroefklemmen.

Gebruik voor luidsprekers altijd echte luidsprekerkabel met dikke aders (vaak 2 × 2,5 mm²) en nooit een microfoonkabel of gitaarkabel. Die kabels zijn te dun en kunnen heet worden.

Actieve luidsprekers

Aansluitingen op de achterkant van een actieve luidspreker
De achterkant van een actieve luidspreker met signaal- en stroomaansluitingen.

Op een actieve kast vind je meer aansluitingen:

  • een XLR- of jack-ingang voor het signaal van je mengpaneel of controller (XLR is stabiel over langere afstanden);
  • een stroomaansluiting: een gewone netstekker of een powerCON-connector (vergrendelend, vaak blauw);
  • vaak een doorlus (thru) voor het signaal, zodat je de tweede kast kunt aansluiten, en bij powerCON soms ook een doorlus voor de stroom.

Welke aansluitingen er precies zijn, verschilt per merk en type. Let bij stroomdoorlussen op de maximale belasting van de eerste kast of de stekkerdoos (zie de handleiding).

Merken

Er zijn heel veel merken, en bijna elk merk maakt meerdere series met verschillende kwaliteit en prijs. Bekende merken voor professioneel gebruik en verhuur zijn onder meer:

Daarnaast zijn er betaalbare merken die zich richten op hobbyisten en beginnende dj’s of bands, zoals Mackie, Behringer en DAP Audio. De kwaliteit verschilt per model, dus vergelijk liever losse modellen dan hele merken, en lees recente reviews. Dure merken zijn niet altijd nodig, maar als je vaak optreedt of verhuurt loont het om te kiezen voor een merk waarvan onderdelen en service goed verkrijgbaar zijn.

Praktische tips: luisteren, huren en veilig opstellen

  • Ga altijd luisteren. Maak een lijstje met merken en types en beluister ze in de winkel. Een luidspreker klinkt in een volle zaal heel anders dan in een lege showroom.
  • Huur eerst. Twijfel je tussen enkele sets? Huur ze een keer, bijvoorbeeld bij een van de verhuurbedrijven. Heb je geen zin om zelf te sjouwen en te regelen, dan kun je ook een drive-in show boeken die met eigen apparatuur komt.
  • Zet tops op oorhoogte of hoger. Een topkast op een statief klinkt beter als hij boven de hoofden van het publiek staat. Gebruik een statief dat het gewicht van de kast aankan en zet het op vlakke, stevige grond.
  • Subs op de grond. Een sub in de buurt van een muur of in een hoek klinkt luider, maar ook dikker en dreunender. Probeer verschillende plekken.
  • Kabels veilig leggen. Leg geen kabels waar mensen overheen lopen, of dek ze af.
  • Houd de volumeregelaars uit het rood. Een vervormend signaal klinkt slecht en is slecht voor de luidsprekers.

banner-bax-geluid

Bax Music | De specialist in Geluid & PA