Menu Sluiten

Draadloze systemen

Draadloos werken is handig: de zanger kan door de zaal lopen, de presentator heeft zijn handen vrij en de band heeft minder kabels. Maar draadloos is ook een van de plekken waar het snel misgaat, door lege batterijen, storing of twee systemen op dezelfde frequentie. Op deze pagina leggen we uit hoe draadloze microfoons en in-ear systemen werken, welke frequenties je in Nederland mag gebruiken en hoe je storing voorkomt. Regels voor frequenties veranderen, dus controleer de actuele situatie bij de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI).

Hoe werkt een draadloos systeem?

Shure SLX-D: digitale draadloze ontvangers met zender voor een microfoon
Een digitaal draadloos systeem (Shure SLX-D): een ontvanger met antennes en zenders voor de microfoon. (Foto: Shure.)

Een draadloos systeem bestaat uit twee delen:

  • De zender: een handmicrofoon met zender erin, of een kleine bodypack die je aan je riem draagt, met een headset of dasspeldje eraan.
  • De ontvanger: een kastje met antennes dat het radiosignaal opvangt en omzet in een gewoon audiosignaal. Dat sluit je met een XLR- of jack-kabel aan op je mixer (zie kabels en aansluitingen).

Het geluid gaat dus via een radiosignaal door de lucht. Net als bij je auto-radio werk je daarbij op een bepaalde frequentie. Twee systemen op dezelfde frequentie storen elkaar. Daarom stel je elk systeem op een eigen frequentie (kanaal) in.

Welke frequenties mag je gebruiken?

Draadloze microfoons en in-ear systemen werken op radiofrequenties. In Nederland regelt de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) welke banden vrij gebruikt mogen worden. Volgens de RDI is voor draadloze microfoons en in-earsystemen meestal geen vergunning nodig, maar je moet wel de juiste frequentieruimte gebruiken. De belangrijkste banden:

  • UHF (ongeveer 470 tot 694 MHz): de bekendste band voor professionele draadloze microfoons. Hij wordt gedeeld met digitale tv. Niet alle frequenties zijn overal in Nederland beschikbaar. De RDI heeft een applicatie waarmee je kunt zien welke frequenties op een bepaalde plek beschikbaar zijn (“Microfoonbanden”).
  • 863 tot 865 MHz: een vrije band voor draadloze audio, maar met een laag toegestaan zendvermogen en maar een kleine ruimte. Handig voor eenvoudige systemen, maar beperkt voor grote opstellingen.
  • 1785 tot 1805 MHz: een andere band waarin draadloze microfoons vergunningvrij mogen werken. Sommige nieuwere systemen gebruiken ook deze band.
  • 2,4 GHz: dezelfde band als wifi en bluetooth. Veel goedkope draadloze systemen en sommige professionele digitale systemen gebruiken dit. Het is makkelijk te gebruiken, maar de band is druk met wifi en bluetooth.

Op de pagina van de RDI staat een totaaloverzicht van de vergunningvrije frequenties voor draadloze microfoons, met het toegestane vermogen per band. De bestemming van frequenties kan veranderen, bijvoorbeeld omdat de ruimte nodig is voor mobiele netwerken. Zo zijn de afgelopen jaren delen van de UHF-band (rond 700 MHz) voor mobiel internet bestemd. Oudere systemen die daarop werken, mogen dus mogelijk niet meer gebruikt worden. Check dus altijd de nieuwste regels, en koop geen systeem op een band die niet meer mag, zeker niet tweedehands of uit het buitenland. Staat er op het apparaat een frequentiebereik, kijk dan of dat bij de Nederlandse regels past.

Analoog of digitaal?

Oudere systemen zijn analoog (de frequenties worden zoals bij een fm-radio uitgezonden). Nieuwere systemen zijn digitaal. Digitale systemen hebben vaak een stabielere verbinding, een heldere klank en meer kanalen die in een klein gebied tegelijk kunnen werken. Veel systemen kunnen zelf een vrije frequentie zoeken. Voor een beginner is een digitaal systeem met automatische kanaalinstelling de makkelijkste keuze.

Storing voorkomen

  • Stel elke zender en ontvanger op een eigen frequentie. Gebruik de automatische scan van de ontvanger of de planning van de fabrikant. Meerdere systemen tegelijk? Gebruik frequenties die de fabrikant als compatibel aangeeft, want ze kunnen elkaar via intermodulatie verstoren.
  • Zorg voor zicht tussen zender en ontvanger. Hoe minder muren, mensen en metalen constructies ertussen, hoe beter.
  • Zet de antennes op een goede plek. Zet ze hoog en vrij, bij voorkeur dicht bij het podium, en niet achter metalen kasten of in een rack. Gebruik bij een rack antennekabels naar buiten.
  • Gebruik diversity. Veel ontvangers hebben twee antennes en kiezen steeds de beste. Dat is wat een diversity-ontvanger doet. Zet beide antennes iets uit elkaar en niet tegen elkaar aan.
  • Houd afstand van andere zenders, zoals wifi-routers, tv-schermen, ledwanden en dimmers. Soms helpt het om de bron van storing uit te zetten.
  • Doe een rondgang. Loop met de zender door de zaal waar de artiest gaat lopen en luister naar uitvalplekken.

In-ear monitoring (IEM)

Shure PSM 300: zender, bodypack-ontvanger en in-ear oortjes
Een in-ear systeem (Shure PSM 300): een zender, een bodypack-ontvanger en oortjes. (Foto: Shure.)

Een draadloos in-ear systeem werkt andersom: de zender staat bij de mixer en stuurt de mix naar een ontvanger op het lichaam van de artiest, die het geluid in oordopjes hoort. Zo hoort een zanger of muzikant zichzelf en de band zonder luide monitors op het podium. Voor een goed in-ear systeem gelden dezelfde frequentieregels als voor draadloze microfoons. Meer over het gebruik en de voor- en nadelen lees je op de pagina monitoring.

Batterijen en onderhoud

  • Gebruik voor elke show verse of volledig opgeladen batterijen. Veel mensen gebruiken goede alkaline-batterijen (niet de goedkoopste) of oplaadbare accu’s die bij het systeem horen.
  • Neem reservebatterijen mee en wissel bij een lang optreden in de pauze.
  • Kijk naar de batterijmeter op de ontvanger of in de app.
  • Schakel de zender uit als je hem niet gebruikt, om batterijen te sparen en verrassende geluiden in de mix te voorkomen.
  • Houd zenders en microfoonrooster schoon. Zweet en vocht kunnen contacten aantasten.

Waar let je op bij het kiezen?

  • Frequentieband: past die bij de regels in Nederland en bij andere systemen die je gebruikt?
  • Aantal systemen: hoeveel microfoons moeten er tegelijk draadloos werken?
  • Bereik: werk je in een zaal of buiten, over korte of lange afstand?
  • Soort microfoon: een handmicrofoon, een headset, dasspeldje of een instrumentzender. Zie microfoons voor het onderscheid tussen dynamisch en condensator.
  • Batterij of accu: hoe lang gaat een set mee, en kun je opladen tijdens het gebruik?
  • Merk: bekende merken zijn Shure, Sennheiser, AKG, Audio-Technica, Rode en Line 6. Kies er een waarvan service en onderdelen goed verkrijgbaar zijn.

Draadloos is niet hetzelfde als bluetooth of wifi

Een bluetooth-microfoon of -luidspreker uit een gewone winkel werkt op dezelfde 2,4 GHz-band als je telefoon en wifi en heeft een kleine vertraging. Dat is voor een presentatie of een feestje prima, maar niet voor een podium met veel signalen en vooral niet voor een zanger die zichzelf in zijn oor hoort. Professionele systemen zijn gemaakt om stabiel en vrijwel zonder vertraging te werken.

Praktische tips

  • Doe vooraf een soundcheck op de plek met een volle zaal als dat kan: mensen dempen radiosignalen.
  • Zet de gain op de zender goed volgens de handleiding, en dan op de mixer (zie mengpanelen).
  • Neem een bedrade reservemicrofoon mee. Als het draadloze systeem uitvalt, kun je toch verder.
  • Label zenders en ontvangers met dezelfde kleur of nummer, zodat ze niet door elkaar raken.
  • Vraag bij een groot evenement de organisatie of er een frequentiecoördinatie is. Op festivals regelt iemand dat soms voor alle artiesten.
  • Huur eerst. Een draadloos systeem huren kost weinig, en je ziet of het bij je past. Zie de verhuurbedrijven.
Een zangeres met een microfoon in haar hand op een podium
Een zangeres met een microfoon in haar hand. Bij een draadloze microfoon zit de zender in de microfoon zelf. (Foto: cottonbro studio, via Pexels.)

Verder lezen