Menu Sluiten

Microfoons

Een microfoon zet geluid om in een elektrisch signaal. Dat klinkt simpel, maar de keuze is groot: dynamisch of condensator, bedraad of draadloos, groot of klein? Op deze pagina leggen we uit hoe microfoons werken, waar je op let bij de keuze, wat fantoomvoeding is en hoe je storende fluittonen (feedback) voorkomt.

Dynamisch of condensator?

Dit is het eerste onderscheid. Het gaat om de manier waarop de microfoon geluid opvangt.

Dynamische microfoon

Shure SM58, een dynamische zangmicrofoon
De Shure SM58 is een klassieke dynamische zangmicrofoon voor op het podium. (Foto: Shure.)

In een dynamische microfoon trilt een dun membraan met een kleine spoel mee met het geluid. Dit type is sterk, tegen een stootje bestand en heeft geen eigen stroom nodig. Hij kan veel geluid verdragen zonder te vervormen. Daarom is de dynamische microfoon de standaardkeuze voor zang op een podium, voor presentaties, drumstellen en gitaarversterkers. Bekende voorbeelden zijn de Shure SM58 (zang) en SM57 (instrumenten).

Condensatormicrofoon

Shure SM81, een condensatormicrofoon met kleine capsule
De Shure SM81 is een condensatormicrofoon met een kleine capsule, geschikt voor akoestische instrumenten en bekkens. (Foto: Shure.)

Een condensatormicrofoon werkt met een extreem dun membraan vlak voor een metalen plaatje. Hij heeft stroom nodig (zie fantoomvoeding) en is gevoeliger dan een dynamische. Hij pakt meer details en hoge tonen op, maar ook meer omgevingsgeluid en hij is kwetsbaarder. Daardoor is hij ideaal in de studio en voor akoestische instrumenten, koren of bekkens. Voor een live-optreden met veel lawaai op het podium is hij vaak lastiger.

  • Kies dynamisch als het rumoerig is, je veel volume maakt of de microfoon veel hanteert wordt.
  • Kies condensator als je detail en helderheid wilt en je controle hebt over de omgeving, zoals in een rustige zaal of studio.
Een condensatormicrofoon met popfilter in een opnamestudio
Een condensatormicrofoon met popfilter in een studio. (Foto: RDNE Stock project, via Pexels.)

Richtkarakteristiek: waar luistert de microfoon naar?

Elke microfoon pakt geluid niet uit alle richtingen even goed op. Die gevoeligheid heet de richtkarakteristiek (in het Engels polar pattern). De drie die je tegenkomt:

  • Nier (cardioïde): pakt vooral geluid van voren op, minder van de zijkanten en bijna niet van achteren. Dit is de standaard voor zang en live gebruik, omdat de microfoon het geluid van de luidsprekers minder oppikt.
  • Super- en hypernier: nog smaller dan een nier, maar met een klein gevoelig plekje direct achter de microfoon. Handig op een druk podium, maar je moet beter opletten waar de monitoren staan.
  • Kogel (omnidirectioneel): pakt geluid van alle kanten even goed op. Dit zie je bij dasspeldjes en headsets en bij opnames van een groep mensen.
  • Acht (figure-8): pakt voor en achter op, maar niet van opzij. Dit is een specialistisch type voor de studio.

Voor beginners is een nier-microfoon bijna altijd de juiste keuze.

Nabijheidseffect

Een richtmicrofoon klinkt voller als je dicht erbij zingt of praat. Dat heet het nabijheidseffect. Het geeft zang warmte, maar te dichtbij wordt het dreunend. Houd de microfoon op ongeveer een vuist tot een hand afstand van je mond, en houd die afstand vast.

Fantoomvoeding (48 volt)

Condensatormicrofoons hebben stroom nodig. Die komt meestal via dezelfde XLR-kabel van de mixer. Dat heet fantoomvoeding, ook wel phantom power of +48V. De internationale norm IEC 61938 beschrijft dit systeem van 48 volt. Op een mixer zit hiervoor een knop of schakelaar, per kanaal of voor een groep kanalen.

  • Zet fantoomvoeding pas aan als de microfoon is aangesloten, en zet het kanaal eerst op mute of de fader dicht. Anders hoor je een knal in de luidsprekers.
  • Dynamische microfoons hebben fantoomvoeding niet nodig. Op een goed gebalanceerde XLR-verbinding geeft het meestal geen problemen, maar sommige oudere of bijzondere typen, zoals lintmicrofoons, kunnen er wel door beschadigen. Lees de handleiding en zet fantoomvoeding bij twijfel uit.
  • Sluit je een ongebalanceerd apparaat aan (bijvoorbeeld een gitaar) zonder DI-box, zet de fantoomvoeding dan uit.
  • Draadloze systemen gebruiken zelf batterijen en hebben geen fantoomvoeding nodig.

Welke microfoon waarvoor?

  • Zang op een podium: een dynamische nier-microfoon voor in de hand, bedraad of draadloos (zie draadloze systemen).
  • Spraak en presentatie: een handmicrofoon, een headset of een dasspeldje. Een headset houdt de afstand tot je mond constant, ook als je beweegt.
  • Dj of MC: een robuuste dynamische microfoon, bijvoorbeeld met een aan/uit-schakelaar. De meeste dj-mixers hebben een eigen microfooningang.
  • Gitaarversterker of snaredrum: een dynamische instrumentenmicrofoon die hoog volume aankan.
  • Akoestische gitaar, piano of koor: een condensatormicrofoon, mits de ruimte rustig is.
  • Studio of podcast: een dynamische of condensatormicrofoon met een stabiele standaard. De Shure SM7B is een bekend voorbeeld.
Shure SM7B, een dynamische studiomicrofoon
De Shure SM7B is een dynamische microfoon die veel voor spraak en podcasts wordt gebruikt. (Foto: Shure.)

Aansluiten op de mixer

De meeste podiummicrofoons gaan met een XLR-kabel naar een mixer of stagebox. Op de mixer sluit je aan op een mic-ingang en stel je daar de gain in: de gevoeligheid van het kanaal. Zet de gain zo dat de piekleds af en toe net oplichten bij het luidste geluid, en niet continu branden. Hoe je dat precies doet, lees je op de pagina mengpanelen.

Gebruik altijd een gebalanceerde kabel, zeker bij lange afstanden. Een microfoon met een jackstekker heeft vaak een ongebalanceerde uitgang en is dus gevoeliger voor brom.

Feedback voorkomen

Feedback is het schrille fluiten dat ontstaat als een microfoon het geluid uit de luidspreker weer oppikt en dat steeds opnieuw versterkt. Je kunt het niet helemaal uitsluiten, maar je kunt de kans flink verkleinen.

  • Zet de luidsprekers vóór de microfoons, zodat ze de microfoon niet bereiken.
  • Zing of praat dicht op de microfoon. Dan kan de gain lager en pakt de microfoon minder van de ruimte op.
  • Richt een nier-microfoon nooit op de luidspreker of de monitor. Zet monitoren op de plek waar de microfoon het minst gevoelig is, meestal schuin achter de microfoon (zie monitoring).
  • Zet een microfoon die niet gebruikt wordt, op mute. Elke open microfoon verhoogt de kans op feedback.
  • Houd je hand niet om de kop van de microfoon. Dat verandert de richtkarakteristiek en geeft sneller fluittonen.
  • Gebruik de equalizer op de mixer om de frequentie wat te dempen waarbij de feedback het eerst begint. Doe dat voorzichtig, want een te grote ingreep maakt de klank dun.

Vergelijk daarbij ook je volume met de ruimte: hoe harder het geluid, hoe eerder feedback ontstaat. Meer over geluidsniveau lees je op dB, SPL en Wat(t)?!.

Merken en modellen

Bekende merken voor podium en studio zijn Shure, Sennheiser, AKG, Audio-Technica, Beyerdynamic, Neumann en Rode. De prijzen lopen sterk uiteen. Een budgetmicrofoon van een goed merk klinkt voor een beginner vaak prima. Meer geld geeft vooral betere afwerking, een gelijkmatiger klank en beter onderhoud. Kijk altijd of er een goede microfoonklem en een tas bij zit, en lees recente reviews. Zie je een model waar je over twijfelt, ga dan luisteren en test het liefst in de zaal waar je gaat spelen.

Praktische tips

  • Gebruik een stevige standaard met een zware voet, of een galg voor als je weinig ruimte hebt.
  • Doe een soundcheck. Laat degene die de microfoon gebruikt een stukje praten of zingen op de plek en het volume waarop het ook echt gebeurt.
  • Controleer de batterijen bij draadloze microfoons, en neem reserve mee.
  • Bewaar microfoons droog en in een tas. Vocht en stoten zijn hun grootste vijanden.
  • Houd de microfoon schoon. Bij een microfoon die door veel mensen wordt gebruikt, kun je het rooster schoonmaken (volg de aanwijzingen van de fabrikant). Een windkap of popfilter maakt het hygiënischer.
  • Tik of blaas niet op een microfoon om te testen, zeker niet als de luidsprekers hard staan. Praat of zing gewoon een zinnetje.

Verder lezen en huren