Op een podium of achter de dj-tafel hoor je vaak niets van wat het publiek hoort. De luidsprekers van de zaal staan voor je, en de muziek komt met vertraging terug. Daarom heb je monitoring: een eigen geluid voor de mensen op het podium, zodat ze zichzelf en elkaar kunnen horen. Op deze pagina leggen we uit welke soorten er zijn (podiummonitors, in-ear en dj-booth), hoe je er een eigen mix voor maakt en hoe je feedback en gehoorschade voorkomt.
Waarom heb je monitoring nodig?
Een zanger die zichzelf niet hoort, gaat vaak vals zingen of dwingt zichzelf harder te zingen. Een band die elkaar niet hoort, raakt uit de maat. En een dj die niet kan horen wat er in de zaal klinkt, kan niet goed mixen. De zaalspeakers (de PA) zijn daar niet voor bedoeld: die richt je op het publiek. Met monitoring krijgt de artiest een eigen, kleine mix, bij voorkeur apart van wat de zaal hoort.
Podiummonitors (wedges)

De bekendste vorm is de wedge: een schuine luidspreker die op de vloer voor de artiest staat en schuin omhoog klinkt. Een wedge heeft een eigen versterker (actief) of krijgt zijn signaal via een versterker (passief). De mix voor de wedge maak je op het mengpaneel met een aux-uitgang, zodat de zanger meer van zichzelf kan horen zonder dat het in de zaal harder wordt (zie mengpanelen).
Plaatsing van wedges
- Zet de wedge voor de artiest, gericht op het hoofd (oorhoogte), niet op het publiek.
- Zet de wedge op de plek waar de microfoon het minst gevoelig is. Voor een nier-microfoon is dat recht achter de microfoon. Zo pikt de microfoon het geluid van de wedge zo weinig mogelijk op. Zie microfoons voor de richtkarakteristiek.
- Zet de wedge niet te dicht bij de microfoon, en niet tegen een muur of op een tafel die meetrilt.
- Geef elke artiest, als dat kan, een eigen wedge met een eigen mix.

Side-fills en drumfills
Bij grotere podia staan er luidsprekers aan de zijkant van het podium (side-fills) of bij de drummer (drumfill). Dat zijn grotere monitors die een breder gebied bestrijken, zodat de hele band zichzelf hoort. Ze zijn nodig als de artiesten veel bewegen. Het nadeel is dat ze veel geluid op het podium maken, wat gevoelig is voor feedback en storend is voor de zaal.
In-ear monitoring (IEM)

Bij in-ear monitoring hoort de artiest zijn mix via oortjes. Het signaal komt van een zender bij de mixer en gaat draadloos naar een ontvanger (bodypack) op het lichaam, of via een kabel. Dit is de standaard bij veel bands en zangers.
Voordelen
- Er staan geen luide monitors meer op het podium, dus minder feedback en minder geluid op het podium en in de zaal.
- Elke artiest hoort een eigen mix, met zichzelf op de juiste sterkte.
- Het geluid blijft hetzelfde, waar de artiest ook loopt.
- Goed passende oortjes dempen het omgevingsgeluid. Daardoor kan de mix zachter blijven, wat beter is voor je gehoor.
Nadelen
- Je hoort het publiek en de zaal niet. Veel artiesten gebruiken daarom een publieksmicrofoon in de mix, of laten één oor open.
- Je hebt goede oortjes nodig, vaak op maat gemaakt, en een ontvanger per persoon. Draadloze systemen werken met radiofrequenties; zie draadloze systemen voor de regels en het voorkomen van storing.
- Het kost meer tijd en geld om in te stellen dan een wedge.
Veilig volume
Oortjes zitten vlak bij je trommelvlies. Een te hard volume doet veel schade, en een plotselinge knal in je oor is gevaarlijk. Zet het volume laag en bouw het langzaam op. Gebruik als het kan een limiter, die pieken afkapt. Laat een artiest nooit zelf de ontvanger op volle sterkte zetten. Zie gehoorbescherming en geluidsnormen.
De dj-booth: monitoring voor de dj

Ook een dj heeft een monitor nodig. In een club staat de dj vaak achter of naast de speakers en hoort hij te weinig van wat de dansvloer hoort. Op een dj-mixer zit daarom een aparte booth-uitgang (monitor-uitgang) met een eigen volumeknop. Daarop sluit je een booth-monitor aan, een kleine luidspreker op de tafel of een statief. Zo kun je het volume voor jezelf bepalen zonder de zaal te veranderen.
- Zet de monitors op oorhoogte of iets daaronder, gericht op het hoofd van de dj, en niet te dicht tegen de tafel aan.
- Zet de monitors niet op een tafel die meetrilt met de bas, en niet pal voor de speakers van de zaal.
- Stel de booth-uitgang af op een prettig volume, zonder dat het hoger wordt dan de zaal. Je gehoor is het belangrijkst.
- Combineer de monitor met een hoofdtelefoon om het volgende nummer voor te beluisteren (zie dj-controllers en mediaspelers).
Voor een mobiele dj of drive-in show staat een kleine monitor naast de set. Dat helpt bij het mixen, zeker buiten. Zie ook dj-apparatuur.
Een monitormix maken
- Vraag wat de artiest wil horen. Meestal is dat de eigen stem of het eigen instrument, plus een beetje van de rest van de band.
- Gebruik een aux-uitgang per monitormix. Zet de aux pre-fader (vóór de schuif), zodat de monitormix niet verandert als je de zaalmix bijstelt.
- Begin laag en draai pas bij als de artiest erom vraagt.
- Haal wat je niet nodig hebt weg. Een monitor vol geluid wordt een brij en gaat sneller fluiten.
- Test een voor een. Laat elke artiest zingen of spelen en vraag of de mix zo goed is.
Feedback op het podium
- Houd monitors zo ver mogelijk uit de richting waar de microfoon het meest gevoelig voor is.
- Zet microfoons die niet gebruikt worden, op mute.
- Gebruik een equalizer om de frequentie te dempen waarop het eerst begint te fluiten, en doe dat voorzichtig.
- Gebruik zo min mogelijk monitors, of kies in-ear. Minder geluid op het podium is minder risico.
Wat kies je?
- Zanger met een dj of een kleine opstelling: een of twee actieve wedges, of een kleine monitor naast de dj.
- Band: wedges per speler of in-ear voor de zanger en de drummer.
- Dj in een club: de booth-monitors van de club, en je eigen hoofdtelefoon.
- Mobiele dj of drive-in: een kleine actieve monitor en een goede hoofdtelefoon.
Vergelijk bij wedges het volume, het gewicht en of de kast actief is. Een actieve 12-inch wedge is voor veel situaties een goede allrounder.
Praktische tips
- Doe altijd een soundcheck voor de monitors. Laat iedereen op de eigen plek spelen of zingen.
- Zet het monitorvolume nooit hoger dan nodig. Het is voor je gehoor en voor het geluid van de zaal.
- Neem reserve oortjes en batterijen mee bij in-ear.
- Zet monitors stabiel, zodat niemand er tegenaan stoot, en leg de kabels uit de looproute (zie kabels en aansluitingen).
- Vraag de artiest hoe hij het vindt. Wat de technicus goed vindt, hoeft niet te kloppen met wat de artiest hoort.
Verder lezen en huren
- Luidsprekers en Versterkers.
- Mengpanelen voor de aux-mix en Draadloze systemen voor in-ear.
- Begrippenlijst.
- Monitors huren? Kijk bij de verhuurbedrijven of boek een drive-in show met eigen techniek.