Wie begint met licht en geluid, hoort al snel woorden als gain, gobo, fantoomvoeding en clippen. Op deze pagina vind je zo’n zeventig begrippen van A tot Z, kort en in gewoon Nederlands uitgelegd. Bij veel begrippen staat een link naar de pagina waar je er meer over leest.
A
- Actieve luidspreker: Een luidspreker met een versterker erin. Je sluit alleen een signaalkabel en een stroomkabel aan. Het tegenovergestelde is een passieve luidspreker, die een aparte versterker nodig heeft. Meer op Luidsprekers.
- Analoog: Geluid dat als een doorlopend elektrisch signaal door de apparatuur gaat. Het tegenovergestelde is digitaal, waarbij het geluid in cijfers wordt omgezet. Zie Mengpanelen.
- Art-Net: Een manier om DMX-signalen via een netwerkkabel te versturen. Zo kun je veel lampen aansturen met één kabel. Zie DMX lichtsturing.
- Aux (auxiliary send): Een extra uitgang op een kanaal van de mixer, waarmee je een aparte mix maakt, bijvoorbeeld voor de monitors of voor een effectapparaat. Zie Monitoring.
B
- Balanced (gebalanceerd): Een verbinding met drie aders die storing en brom onderdrukt. Dit is de standaard voor microfoons en lange kabels. Het tegenovergestelde is unbalanced, dat alleen voor korte afstanden geschikt is. Zie Kabels en aansluitingen.
- Beam: Een lamp (of lichtstand) met een smalle, felle bundel. Je ziet de straal vooral goed met rook of haze in de lucht. Zie Moving heads.
- Bodypack: Een klein kastje met een zender of ontvanger dat je aan een riem draagt, bijvoorbeeld bij een headset of in-ear. Zie Draadloze systemen.
- Booth: De monitor-uitgang van een dj-mixer, bedoeld voor de speaker bij de dj, los van de speakers in de zaal. Zie DJ-mixers en Monitoring.
C
- Cardioïde (nier): Een richtkarakteristiek waarbij een microfoon vooral van voren geluid opvangt en weinig van achteren. De standaard voor zang op een podium. Zie Microfoons.
- Chase: Een reeks lichtbeelden die achter elkaar worden afgespeeld, bijvoorbeeld lampen die op de maat aan en uit gaan. Zie DMX lichtsturing.
- Cinch (RCA): Een rood-witte stekkerverbinding voor ongebalanceerd geluid, zoals op dj-mixers en tv’s. Zie Kabels en aansluitingen.
- Clippen: Vervorming die ontstaat als een signaal te groot wordt voor een apparaat, bijvoorbeeld een versterker of mixer. Het geluid klinkt hard en schurend en kan luidsprekers beschadigen. Zie Versterkers.
- Compressor: Een apparaat of functie die het volumeverschil tussen zachte en harde stukken kleiner maakt, zodat zang of een instrument gelijkmatiger klinkt.
- Crossfader: De horizontale schuif op een dj-mixer waarmee je van het ene deck naar het andere overgaat. Zie DJ-mixers.
- Crossover: Een filter dat de tonen verdeelt: de lage tonen gaan naar de subwoofer, de hogere naar de topkasten. Zie Subwoofers.
D
- dB (decibel): De eenheid waarmee geluidsterkte wordt uitgedrukt. Elke 3 dB meer is een verdubbeling van de geluidsenergie. Zie dB, SPL en Wat(t)?!.
- dB(A) en dB(C): Manieren om geluid te meten met een filter. dB(A) benadert hoe je oor hoort en wordt voor gehoorschade gebruikt; dB(C) telt de lage tonen meer mee. Zie Gehoorbescherming en geluidsnormen.
- DI-box: Een doosje dat een ongebalanceerd signaal (bijvoorbeeld van een gitaar of laptop) omzet in een gebalanceerd signaal voor de mixer. Zie Kabels en aansluitingen.
- Dimmer: Een regelaar die de helderheid van een lamp verandert. Bij LED-lampen zit de dimmer meestal in de lamp zelf en stuur je hem aan via DMX.
- Diversity: Een ontvanger met twee antennes die steeds de beste kiest. Dit verkleint de kans op storing bij draadloze microfoons. Zie Draadloze systemen.
- DMX: De standaard waarmee je lampen en effecten met een lichtbesturing aanstuurt. Elke lamp luistert naar een of meer kanalen. Zie DMX lichtsturing.
- DMX-adres: Het nummer van het eerste kanaal waar een lamp naar luistert. Je stelt het in op de lamp zelf. Zie DMX lichtsturing.
- DSP: Een digitale processor in een luidspreker of mixer die de klank bewerkt, bijvoorbeeld met filters en een limiter.

E
- EQ (equalizer): Een regeling waarmee je lage, middelste en hoge tonen harder of zachter zet. Zie Mengpanelen.
F
- Fader: Een schuif waarmee je het volume van een kanaal regelt. Zie Mengpanelen.
- Fantoomvoeding (+48V): Stroom van 48 volt die via de microfoonkabel naar een condensatormicrofoon gaat. Zie Microfoons.
- Feedback: Het schrille fluiten dat ontstaat als een microfoon het geluid van de luidspreker steeds opnieuw opvangt en versterkt. Zie Microfoons.
- Fixture: Een lamp of effectapparaat dat je met DMX aanstuurt, zoals een LED-par of een moving head. Zie DMX lichtsturing.
- FOH (front of house): De plek in de zaal waar de geluids- en lichttechnicus de mixer bedient, met zicht op het podium.
- Fullrange: Een luidspreker die (bijna) het hele klankbereik weergeeft, van bas tot hoge tonen. Zie Luidsprekers.
G
- Gain: De instelling die bepaalt hoeveel een kanaal het binnenkomende signaal versterkt. Een te hoge gain geeft vervorming, een te lage geeft ruis. Zie Mengpanelen.
- Gobo: Een klein plaatje met een patroon dat in een spot of moving head zit en een figuur op de muur of vloer projecteert. Zie Moving heads.
H
- Haze: Een dunne mist die lichtbundels zichtbaar maakt. Het is minder dik dan rook uit een rookmachine. Zie Moving heads.
- Headroom: De ruimte tussen het gemiddelde niveau en het niveau waarop het geluid gaat vervormen. Met meer headroom kan een luid moment geen kwaad.
- Hertz (Hz): De eenheid voor toonhoogte of frequentie. Lage tonen hebben weinig hertz, hoge tonen veel. Een kilohertz (kHz) is 1000 Hz.
- High-pass (low cut): Een filter dat de laagste tonen weghaalt. Op een mixer gebruik je het om gedreun en ademgeluid van microfoons te verwijderen.
I
- IEM (in-ear monitor): Oortjes waarop een artiest zijn eigen mix hoort, vaak draadloos. Zie Monitoring en Draadloze systemen.
- Impedantie (ohm): De weerstand die een luidspreker aan de versterker geeft, uitgedrukt in ohm (Ω). Veelvoorkomend zijn 8 en 4 ohm. Zie Versterkers.
- Intermodulatie: Storing die ontstaat als twee draadloze zenders elkaar via een derde, ongewenste frequentie verstoren. Gebruik daarom de frequentielijst van de fabrikant. Zie Draadloze systemen.
J
- Jack: Een ronde stekker voor instrumenten en hoofdtelefoons, in 6,3 mm en 3,5 mm. Zie Kabels en aansluitingen.
K
- Kanaal: Bij een mixer: één ingang met eigen regelaars (bijvoorbeeld voor één microfoon). Bij DMX: één functie van een lamp, zoals helderheid of kleur.
L
- LAeq (Leq): Het gemiddelde geluidsniveau over een bepaalde tijd, bijvoorbeeld 15 minuten. Zie Gehoorbescherming en geluidsnormen.
- LED-par: Een lamp met LED’s die kleuren kan mengen, veel gebruikt bij feesten. Zie LED parren.
- Lijnsignaal (line level): Een signaal van een mixer, laptop of mediaspeler. Dat is veel sterker dan het signaal van een microfoon.
- Limiter: Een beveiliging die voorkomt dat het geluid boven een bepaald niveau uitkomt, zodat de luidspreker niet overbelast raakt.
- Line array: Een groep luidsprekers die onder elkaar in een lichte boog hangen en samen als één grote bron werken. Zie Line array uitgelegd.

M
- Master: De hoofdregelaar van een mixer waarmee je het totale volume naar de luidsprekers bepaalt. Zie Mengpanelen.
- Mengpaneel (mixer): Het apparaat waarin je alle geluidsbronnen samenbrengt en in volume en klank bewerkt. Zie Mengpanelen.
- Moving head: Een lamp die kan draaien en kantelen en vaak ook van kleur en figuur verandert. Zie Moving heads.
- Multicore (stagebox): Een dikke kabel met meerdere signalen, vaak met een kastje op het podium waar je alle microfoons in steekt. Zie Mengpanelen.
- Mute: De knop waarmee je een kanaal uitzet, zonder de schuif te verplaatsen.
N
- Nabijheidseffect: De opvallende toename van lage tonen als je dicht bij een richtmicrofoon praat of zingt. Zie Microfoons.
P
- PA (public address): De geluidsinstallatie voor een publiek: mixer, versterkers en luidsprekers. Zie Luidsprekers.
- Pan: Bij een mixer: de verdeling van geluid tussen links en rechts. Bij een moving head: het horizontaal draaien. Zie Moving heads.
- Polariteit (fase): De richting waarin een luidspreker of signaal beweegt. Als sub en top tegen elkaar in bewegen, verlies je bas. Zie Subwoofers.
- powerCON: Een vergrendelende stroomstekker van Neutrik, met blauw voor de ingang en grijs voor de uitgang. Zie Kabels en aansluitingen.
R
- RDM: Een uitbreiding van DMX waarmee lampen ook informatie terugsturen, zodat je ze vanaf de lichtbesturing kunt instellen. Zie DMX lichtsturing.
- Rigging: Het veilig ophangen van lampen, luidsprekers en decor. Zie Rigging, truss en veiligheid.
- RMS: Een manier om vermogen aan te geven die laat zien wat een luidspreker of versterker langdurig aankan. Zie dB, SPL en Wat(t)?!.
- Rookmachine: Een apparaat dat mist maakt, zodat lichtbundels zichtbaar worden. Let op brandmelders. Zie Moving heads.

S
- Safety (veiligheidskabel): Een tweede bevestiging waarmee een lamp of speaker aan een truss hangt, voor als de klem faalt. Zie Rigging, truss en veiligheid.
- Scène: Een opgeslagen instelling van lampen of mixer die je op een knop terug kunt halen.
- Soundcheck: Het testen en instellen van geluid voordat het publiek komt.
- speakON: Een vergrendelende stekker voor luidsprekerkabels. Zie Kabels en aansluitingen.
- SPL (geluidsdruk): Sound Pressure Level: hoe hard geluid is, in decibel. Zie dB, SPL en Wat(t)?!.
- Subwoofer: Een luidspreker voor de laagste tonen. Zie Subwoofers.
T
- Terminator: Een stekker met een weerstand die je in de laatste DMX-uitgang steekt om terugkaatsing van het signaal te voorkomen. Zie DMX lichtsturing.
- Tilt: Het kantelen van een moving head, omhoog of omlaag. Zie Moving heads.
- Topkast: Een luidspreker voor de midden- en hoge tonen, meestal gecombineerd met een subwoofer. Zie Luidsprekers.
- TRS: Een jackplug met drie contacten: tip, ring en sleeve. Kan stereo of gebalanceerd mono zijn. Zie Kabels en aansluitingen.
- Truss: Een stevig aluminium raamwerk waaraan lampen of luidsprekers hangen. Zie Rigging, truss en veiligheid.
U
- Universe: Eén DMX-lijn met 512 kanalen. Heb je meer kanalen nodig, dan gebruik je meerdere universes. Zie DMX lichtsturing.
V
- Versterker: Een apparaat dat een zwak signaal sterk genoeg maakt voor een luidspreker. Zie Versterkers.
W
- Wash: Een lamp met een brede, zachte bundel om een vlak gelijkmatig in kleur te zetten. Zie Moving heads.
- Watt (W): De eenheid voor vermogen. Zie dB, SPL en Wat(t)?!.
- Wedge: Een schuine podiummonitor die op de vloer staat en naar de artiest wijst. Zie Monitoring.
X
- XLR: Een driepolige stekker met vergrendeling, de standaard voor microfoons en lijnsignalen. Zie Kabels en aansluitingen.
Z
- Zoom: De functie waarmee je de lichtbundel van een lamp breder of smaller maakt. Zie Moving heads.
Verder lezen en huren
- Geluid: Luidsprekers, Versterkers, Mengpanelen en Microfoons.
- Licht: DMX lichtsturing, LED parren en Moving heads.
- Dj: DJ-controllers, DJ-mixers en DJ-apparatuur.
- Aan de slag: Hoe kom ik aan optredens? en Drive-in show beginnen.
- Liever laten verzorgen of huren? Bekijk de verhuurbedrijven of de drive-in shows.